De Emons Group in Milsbeek heeft volgens Daan Emons - de derde generatie Emons - continu het vizier op de toekomst. Dat bleek ook wel tijdens het jubileumevent, dat de naam ‘Futuring Emons’ droeg. “We kijken vooral vooruit”, benadrukt de ceo. “Niet meer dan logisch ook: er liggen tal van uitdagingen.”

Toch is het, bij een interview met het tachtigjarig bestaan als aanleiding, ook logisch om terug te blikken. Te kijken hoe het bedrijf zich gedurende de jaren ontwikkelde en wat hierbij de kritische succesfactoren waren. “Dat is zonder twijfel innovatie”, zegt hij. “Dat begon al bij mijn opa Wim Emons, die het bedrijf in 1943 opzette. Hij had aanvankelijk één vrachtauto. Daarmee vervoerde hij bouwmaterialen en hooi voor boeren. Later was mijn opa één van de eersten die ging rijden met een vrachtwagen met gastank. Ook bevestigde hij rekken op de cabine, zodat hij extra balen hooi kon transporteren. Zo zocht hij steeds naar manieren om toegevoegde waarde voor de klant te creëren. Dat is, naast innovatie, steeds de rode draad geweest in de afgelopen tachtig jaar.”

Champostlogistiek

Onder leiding van Sjang Emons, de zoon van Wim, groeide het bedrijf verder door, om het uiteindelijk in 2016 over te dragen aan Daan Emons. Daan bouwde verder, mede door sterk in te zetten op innovatie. “Ons doel is altijd geweest om groot te zijn en/of specialist te zijn in nichemarken. Wij willen niet alleen concurreren op prijs, maar vooral op onderscheidend vermogen. Toegevoegde waarde leveren binnen nichemarkten, dat is waar het om draait.”

Dit doet het bedrijf, dat internationaal opereert en georganiseerd is, binnen drie verschillende markten. Zo is de Emons Group met dochterbedrijf Hofmans actief in de champostlogistiek. Dagelijks zijn 40 tot 60 vrachtwagens onderweg om champost op te halen bij champignonkwekers in ons land. “We hebben een speciale machine ontwikkeld om de compost, die overblijft na de teelt, uit de champignonbedden te halen. Dit product leveren we aan de agrarische markt, waar deze wordt ingezet als bodemverbeteraar.”

Door strengere wet- en regelgeving op het gebied van bemesting wordt de markt voor champost uitdagender, geeft Emons aan. “Om die reden kijken we hoe we in deze markt kunnen digitaliseren, innoveren en samenwerken. Zo hebben we, samen met een champignonteler uit Gemert, een zogeheten upcyclingfabriek opgezet. Tijdens dit upcycling-proces gaat de champost door een installatie, waarbij het vocht eruit wordt gehaald en warmte vrijkomt. De warmte wordt ingezet om de kwekerij te verwarmen, en geleverd aan buren. Het eindproduct dat overblijft, is hoogwaardiger én lichter en daardoor verder te transporteren.”

Aluminium trailer

Ook bij Van Huët, het tweede dochterbedrijf, zet Emons in op innovatie. Deze onderneming focust op het transport binnen Europa van groot formaat glas; van zeven à acht meter lang bij drie meter breed. “Wij hebben 350 gespecialiseerde vrachtwagens op de weg. Die brengen dit basisglas van de glasfabrieken naar de verwerkers. Hiermee hebben we ongeveer 15% van de Europese markt op dit vlak in handen.”

Twee innovaties springen hierbij het meest in het oog: een vastzetsysteem om ladingschades te beperken en een aluminium trailer met een leeggewicht van 5.000 kilo. Deze trailer werd zo’n tien jaar geleden ontwikkeld door de eigen R&D-afdeling. Het bedrijf laat de trailers bouwen in een trailerfabriek in Duitsland, die werd overgenomen. “Reguliere trailers wegen circa 8.500 kilo. Doordat onze trailers lichter zijn, kunnen wij meer vracht meenemen. Zeker in Duitsland, waar de onderwegkosten door de extreem stijgende tol de pan uit rijzen, is dit van meerwaarde voor onze klanten.”

2WIN dubbeldek-concept

Dan is er nog Emons Cargo 2WIN. Hierbij ligt de focus op transport met dubbeldekkers, die pallets met een hoogte van 1,30 tot 1,80 meter kunnen vervoeren. “Wij ontwikkelden deze variant twaalf tot vijftien jaar geleden, op basis van een Engels voorbeeld. In een reguliere trailer kunnen 33 pallets van 1,80 hoog worden vervoerd, in die van ons 54. Zo boek je dus flinke efficiencywinst. Dat is van toegevoegde waarde, aangezien duurzaamheid belangrijker wordt, het tekort aan chauffeurs groeit en de onderwegkosten toenemen. We hebben 200 van deze 2WINS op de weg. We rijden voor grote retailers en partijen in de markten voor ontbijtgranen en chips, verpakkingen en elektronica. Jaarlijks groeien we in deze markt, en ook in de markt voor glas, met zo’n 10%.”

Digitale douanedocumenten

Tot slot is er nog een vierde poot, het Emons Service Center. Hierbij ligt de focus niet op technische, maar op digitale innovatie. Dat houdt concreet in dat transportkennis wordt gekoppeld aan informatietechnologie. “In de praktijk betekent dit dat een team van zes à zeven mensen, die met name sterk zijn in digitalisering en Artificial Intelligence, zich bezighouden met het optimaliseren van processen. Binnen ons eigen bedrijf en voor klanten. Ook richten we ons op het managen en begeleiden processen, vooral op digitale wijze. Zo maken we sinds de Brexit bijvoorbeeld douanedocumenten digitaal in orde voor klanten die leveren aan het Verenigd Koninkrijk. De vraag hiernaar is groot.”

Elektrificatie over vijf tot tien jaar

Met de huidige opzet is het bedrijf, dat 600 auto’s op de weg heeft en bijna 800 personeelsleden telt, volgens Daan Emons klaar voor de toekomst. Al blíjft innoveren noodzakelijk en ziet hij ook behoorlijk wat uitdagingen, voor zijn bedrijf én voor de transportsector als geheel.

Verduurzaming staat met stip op één. “Iedereen heeft de mond vol van elektrificatie, maar feit is dat een elektrische truck vier keer zo duur is als een dieseltruck. Daarnaast moet je als bedrijf investeren in laadinfrastructuur. Dat kan wellicht voor één truck, maar voor vijftig stuks is dat een ander verhaal. En je hebt een grotere elektriciteitsaansluiting nodig, waarvoor het stroomnet geen ruimte biedt. Daar komt bij dat opladen van een elektrische auto langs de weg tussen de 20 en 80 cent per kWh kost. Die variatie is enorm groot; dit kan je marge maken of breken.”

Om al deze redenen ziet Emons een sectorbrede switch naar elektrisch transport voorlopig nog niet gebeuren. “Dit is eerder iets voor over vijf tot tien jaar. Wij gaan volgend jaar wel experimenteren met twee elektrische trucks. Daarnaast hebben we sinds drie jaar tachtig LNG-trucks en stappen we volgend jaar over naar bio-LNG. Daarmee reduceer je 90 tot 95% van de CO2-uitstoot. Hierin, en in biodiesel, zie ik op korter termijn wel kansen voor de sector. Deze brandstoffen zijn weliswaar duurder dan reguliere diesel, maar je hoeft geen geld te steken in dure trucks en laadinfrastructuur.”

Lees ook: Brandstoffen en logistiek

Digitale mindset

De verdere digitalisering van processen binnen de transportsector is een andere uitdaging. “Veel processen vergen nu nog een hoopt papierwerk en dat is vanuit efficiency-oogpunt taboe richting de toekomst. Digitalisering vraagt niet alleen om investeringen in de juiste systemen, maar ook in mensen met een passende mindset. Om wat dit betreft kennis op te halen en te delen, werken wij samen met universiteiten in binnen- en buitenland.”

Denk aan Eindhoven, Twente en Polen. Daan Emons: “Studenten studeren bij ons af en pakken vraagstukken op het gebied van digitalisering op. Zij en ook de docenten die bij zo’n project betrokken zijn, hebben vaak kennis en ideeën die wij zelf niet in huis hebben. Dat helpt ons verder. Maar wij geven ook informatie terug aan de onderwijsinstelling. Het werkt dus twee kanten op.”

Daarnaast nam Emons deel aan het ICCOS-project van de Universiteit Twente. “Dan gaat het bijvoorbeeld over hoe de data-architectuur van een bedrijf er in toekomst uit moet zien. Als je met meer data gaat werken, moet je immers ook een basis voor je IT-infrastructuur aanleggen. Hiermee hebben we onszelf kunnen verbeteren.”

De samenwerking met universiteiten focust volgens hem op meerdere velden. “Of wij, of universiteiten hebben een vraagstuk. Daarnaast blijft er ook wel eens iemand ‘hangen’ bij ons; het helpt om mensen binnen te halen.”

De verdere digitalisering zal het volgens Emons ook mogelijk maken om chauffeurs méér en beter zelf beslissingen te laten nemen. “Je kunt hen rechtstreeks informatie bieden, bijvoorbeeld via e-learnings en apps. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld zelf bepalen waar ze een lekke band het beste kunnen laten maken, weten ze bij wie ze moeten zij als ze ergens moeten lossen, et cetera. Kortom: de digitale tools zullen ons als sector helpen om méér uit onze mensen te halen.”

Hij vindt het ook belangrijk dat de chauffeurs een grotere rol krijgen binnen de branche. “We moeten die professional met zijn allen aan het roer zetten. Dat levert efficiencywinst op. En zo laat je deze persoon ook merken dat hij of zij ertoe doet, krijgt hij een beter gevoel bij je bedrijf en zal hij eerder genegen zijn om te blijven.”

Compliment

Het vinden en binden van voldoende chauffeurs is sowieso een uitdaging, volgens de ceo. Cruciaal is volgens hem om hen naar behoren te betalen, ervoor te zorgen dat de organisatie goed op poten staat en hen voldoende aandacht te geven. “Vraag naar de mening van een chauffeur en geef hem of haar regelmatig een compliment. Dit zit niet in het dna van de transportsector, maar kan wel een groot verschil maken. Naast innoveren op technisch en digitaal gebied, moeten we ook stappen maken op het gebied van HR. De chauffeur moet als het ware de nieuwe ceo worden. Immers: zonder chauffeurs staat onze hele sector stil.”