Volgens de Europese klimaatwet Fit for 55 moet de netto uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 55% zijn verminderd. Erkenningsprogramma voor CO2-reductie in transport en logistiek Lean & Green helpt hierbij. De Rooy heeft de doelstellingen van het Klimaatakkoord van Parijs met zijn score nu al behaald! Directeur Peter de Rooy legt uit hoe.

“Sinds 2017 werken we samen met Netwerk Benelux, en dat is een hele goede stap voor ons. Het netwerk is een coöperatie waar dertien familiebedrijven uit verschillende regio’s zich hebben aangesloten. De centrale hub zit in Nieuw-Vennep, daar komen alle partners ’s nachts bij elkaar om lading te verdelen. Zo zorgen we dat vrachtwagens voller zijn beladen, en maken we minder kilometers. Dat komt duidelijk naar voren in onze rapportages in het Lean & Green dashboard. Als je het aantal liters diesel vergelijkt tussen 2016 en 2017 toen we begonnen met het netwerk, zie je dat we liefst 167.667 liter diesel minder hebben verbruikt. Eerder reden we zelf naar Groningen bij wijze van spreken om dat palletje weg te brengen. En we zijn daarnaast meer elektrisch gaan rijden.”

Waar komt jullie drive vandaan om te vergroenen?

“Je zit in het buitengebied, tussen de weilanden en de fruittelers, dus je krijgt het automatisch mee om rekening te houden met je omgeving. Daarnaast hebben wij de ambitie om de wereld een beetje schoner achter te laten dan dat we ‘m gekregen hebben. We opereren in een vervuilende sector, dus alle steentjes die je kunt bijdragen, zijn meegenomen. Een bijkomend voordeel is dat je veel meer grip krijgt op je bedrijfsvoering als je met uitstoot aan de slag gaat. Je wordt je bewust van de invloed van degene achter het stuur.”

    Sinds wanneer zijn jullie ermee aan de slag?

    “In 2008 begon de CO2-hype. Om die te besparen moet je minder brandstof verbruiken en dat kan door de chauffeur te leren zuiniger te rijden. Dat sprak ons aan, dus hebben wij een programma opgezet om hen te trainen. De eerste jaren leverde dat al 10% brandstofreductie op. Dat betekent ook 10% minder CO2-uitstoot en 10% minder kosten! Sindsdien zijn we verder gegaan op dit pad. Maar op een gegeven moment houdt het besparen via de rechtervoet van de chauffeur op, dus zoek je alternatieven. We kwamen uit op LED-verlichting in de warehouses en zonnepanelen op de daken.

    Zo’n tien jaar terug zijn we ook gaan experimenteren met alternatieve brandstoffen en hebben we het Lean & Green dashboard ingevoerd. Eerst reden we op CNG ofwel aardgas, daarna bio-LNG.

    Momenteel hebben we een kleine 50 auto’s, waarvan zeven volledig elektrisch. Negen jaar geleden trapten we af met de eerste elektrische vrachtauto. Toen wisten we al dat in 2025 de zero-emissie zones zouden komen.

    Emos bouwde in die tijd DAFs om, en wij schaften een exemplaar aan. In het begin was elektrisch rijden een wisselend succes, omdat je maar een beperkte actieradius had. De planning moest daar erg aan wennen. Ze konden die chauffeur niet meer zeggen: rijd nog even daarheen en daarheen. Het gevolg was dat we inmiddels veel betere planningen maken die vollediger zijn.

    Na acht jaar hebben we het omgebouwde vehikel vervangen door twee nieuwe elektrische trucks. En dan merk je dat die auto’s technisch erg verbeterd zijn. Inmiddels beschikken we over zeven exemplaren van diverse merken.

    Ook zijn we gestart met een batterij-opslagsysteem. Daarin zijn de batterijen uit de eerste truck verwerkt! Op deze plek hebben we namelijk last van netcongestie, en de batterijen vormen een oplossing. Vanuit de zonnepanelen gaat alle stroom die batterijen in, en in de zomer laden we er ’s nachts de vrachtwagens mee op. In de winter halen we de stroom uit het net en bufferen dat in het opslagsysteem. We laden op het moment dat de tarieven het laagst zijn. Vaak is de prijs midden op de dag, zeker als er zon en wind is, heel laag, evenals tussen twee en vijf uur ’s ochtends. Dat is inmiddels automatisch ingeregeld. Zodoende hebben we ook dan voldoende stroom voor de elektrische vrachtwagens, het opslagsysteem is namelijk vergroot naar één megawatt.”

    Lees ook: Duurzame ambities Van der Wal en De Rooy beloond met 4e Star

    Wanneer haalden jullie de eerdere sterren?

    “In 2013 zijn we aan de slag gegaan met Lean & Green. Dat jaar was ook de nulmeting van onze CO2-uitstoot. Al vrij snel hadden wij de eerste Star binnen. De tweede en derde hebben we overgeslagen, we hebben dit jaar direct de vierde Star gekregen!”

    Werken jullie samen met Van der Wal? Dat transportbedrijf ontving op hetzelfde moment als De Rooy de vierde Lean & Green Star.

    “Van der Wal zit in internationaal transport, wij in fijnmazige distributie. Bij ons kunnen in één auto spullen zitten van wel 20 verschillende klanten. Dat ligt bij hem heel anders. Maar we spreken elkaar wel regelmatig, want we hebben vergelijkbare ambities. Henk van der Wal zegt bijvoorbeeld dat klanten ook veel kunnen doen. Zo adviseerde hij een isolatiemateriaalbedrijf om de producten anders te verpakken, waardoor zijn trailers wel vol konden worden geladen. Hij reed namelijk steeds met anderhalve meter leeg bij wijze van spreken door de afmetingen van de verpakkingen.”

    Wat is jullie aanpak voor reducties?

    “Wij gaan met volle auto’s op pad: dat is ons verdienmodel. Maar veel klanten bestellen iedere dag hetzelfde palletje. Wij opperen nu of we terug kunnen naar twee of drie keer per week met meer pallets tegelijk. Dat is goedkoper en het levert CO2-winst op. Verder beschikken we via de CO2-rapportages over de uitstoot. Als er een prijskaartje komt te hangen aan CO2, wordt iedereen wel wakker. Omdat wij het nu al precies kunnen becijferen, hebben wij in één keer die vierde ster in de wacht gesleept.”

    Waarom zou je dit als bedrijf willen?

    “Nou, de CSRD-wetgeving komt eraan. Voor een heleboel bedrijven geldt die niet direct. Maar wij hebben beursgenoteerde klanten, zoals de Beijer Ref Groep. Zij moeten zich wel aan die wet houden. Dus informeren zij bij mij wat de CO2-uitstoot is geweest van de zendingen die wij voor hen hebben vervoerd. En dat hebben wij dus inzichtelijk. Ze kunnen inloggen in onze systemen en op die manier boven water halen wat de uitstoot is geweest. En weet je wat mooi is? Onze rapportage is inmiddels ook ISO 14083-gecertificeerd.”

    Hebben jullie warehouses ook een duurzaam karakter?

    “Nou, het warehouse hier op het terrein is inmiddels energieneutraal. Dat ligt vol met zonnepanelen en beschikt over LED-verlichting. Verder hebben we er vloerverwarming in aangebracht, dat is ook zuinig. Op bedrijventerrein Doornkade in Houten staat een warehouse van ons met zonnepanelen, en daar wekken we meer energie op dan we nodig hebben. Daarom komt op die locatie eveneens batterij-opslag. Verder staat daar sinds ruim een jaar een laadpaal met twee laadpunten van 240 kW per stuk, die iedereen kan gebruiken.”

    Jullie registreren data per kenteken. Welke zijn dat?

    “Wij houden het verbruik en de kilometers van de vrachtwagen bij, en wie de auto rijdt. Van onze 70 chauffeurs werken er veel parttime. Het monitoren is een continu proces. Als iemand meer verbruikt, gaan we in gesprek. Nieuwe medewerkers brengen we ook op de hoogte. En elektrisch rijden heeft ook nieuwe aspecten. Dat is heel populair tegenwoordig. In de begintijd was iedereen erop tegen, nu vragen nieuwe medewerkers erom. Ze stellen de rust in de cabine op prijs en de truck trekt goed. Verder is de actieradius tegenwoordig ruim voldoende.”

    Zijn jullie meer geld kwijt doordat jullie het bedrijf verduurzamen?

    “Alleen al de aanschaf van de elektrische vrachtwagens is wel een kostenpost ja, als je nagaat dat ze een factor 3 duurder zijn. Veel klanten willen er nog niet voor betalen, alhoewel dat nu begint te veranderen. Maar onze bedrijfsvoering is nu veel efficiënter en onze CO2-uitstoot is enorm gedaald. Daardoor hebben we nu bijna dezelfde kosten als met dieselauto’s. Kortom, we hebben wel leergeld betaald, maar nu zijn we koploper. We kunnen onze klanten volledige CO2-rapportages aanbieden. En we proberen afspraken te maken over lostijden om wachttijden tegen te gaan. Die vormen een eeuwige strijd. Grootwinkelbedrijven trekken zich er niet veel aan. We moeten nu vaak afleveren op vaste tijdstippen. Als wij zouden kunnen werken volgens onze ideale planning, zouden we één tot twee vrachtwagens minder nodig hebben voor de bedrijfsvoering.”