De uitvoering van onder meer het Klimaatakkoord en onze afhankelijkheid van Rusland maakt een overgang naar zero-emissie onvermijdelijk. Niet alleen dienen huishoudens, overheden en bedrijven minder energie te gebruiken, ook moeten we af van energie die op één of andere wijze gemaakt is uit fossiele bronnen zoals steenkool, aardolie en aardgas. Een van de energiebronnen die het meest voor de hand ligt, is elektriciteit. Die moet dan wel duurzaam worden opgewekt uit zon, wind en water. Daarbij ontstaat direct al de volgende uitdaging: transportschaarste. Dat wil zeggen: schaarste aan elektriciteit op een bepaalde locatie op specifieke tijden.

Waar is er transportschaarste? Anno 2022 heeft al meer dan driekwart van Nederland te maken met transportschaarste als het gaat om afname van elektriciteit uit het publieke net, met als meest duidelijke voorbeelden Noord-Holland, Noord-Brabant en Zuid-Limburg. De bottleneck is niet zo zeer de hoeveelheid elektriciteit die nodig is, maar meer de capaciteit van het elektriciteitsnet (de ‘dikte’ van de stroomkabels). Die is niet zo snel uit te breiden. Het moet dus anders en we moeten de netbeheerders helpen om tijd te winnen om deze transitie te ondersteunen.

Welke vrije ruimte is er? De indruk bestaat dat bij het opstarten van transitieprojecten naar elektriciteit te kort wordt stilgestaan bij de volgende vraag: wat is de vrije ruimte in de bedrijfsaansluiting van de locatie op het publieke elektriciteitsnet? De meeste ondernemers hebben dat niet heel scherp, maar het antwoord is essentieel voor het slagen van het transitieproject. Het bepalen van deze vrije ruimte is overigens een best ingewikkelde klus. Eerst moeten alle gebruikers van elektriciteit op een (bedrijfs)locatie in kaart worden gebracht. 

Het gaat om een andere manier van denken. Zijn er lokale duurzame energiebronnen, zoals zonnepanelen, windmolens of waterkrachtbronnen? En kunnen we lokale opslag regelen in de buurt of wijk? Denk eens aan lithiumbatterijen of nieuwe manieren van opslag, zoals door middel van gecomprimeerde lucht. Kunnen we opslag van energie delen?

‘De energietransitie is een taak van ons allemaal: overheid, netbeheerder, industrie en gebruiker’

Menno Menist, directeur business development bij Panteia

Het verzwaren van het publieke net kost (te?) veel tijd. Dus als we de aansluiting niet snel genoeg kunnen verzwaren, dan kan/moet lokale opslag van elektriciteit een belangrijke bijdrage leveren. In aanvulling op reeds beschikbare maar kostbare stationaire batterijen, kan dit ook door slimme communicatie tussen auto en laadpaal (ISO 15118). De batterijen van de auto vormen ook een stationaire opslag, maar dan op wielen. Ook de wetgever moet versneld de transitie in. Denk aan het delen van energie of nieuwe vormen die momenteel nog niet in de wet zijn opgenomen. Hiermee zijn alle belemmeringen en beren zoveel mogelijk van de weg.

De energietransitie is een taak van ons allemaal: overheid, netbeheerder, industrie en gebruiker. Als we out of the box durven te denken, zowel qua bronnen als qua opslag, kunnen we allemaal bijdragen aan het noodzakelijke succes van de energietransitie.

Menno Menist is directeur Business Development bij Panteia.