Op de universiteit praten we ons de blaren op de tong over de huidige ontwikkelingen, en wat die betekenen voor logistiek en supplychains. Er is nauwelijks nog een ‘normale’ situatie te onderkennen door de opeenstapeling van incidenten, crises, oorlogen en de pandemie. Het wordt daardoor ook steeds moeilijker om de huidige situatie te duiden. Waar we behoorlijk zeker van zijn, is dat ketens en goederenstromen aan het veranderen zijn. Bedrijven reageren op de aanhoudende onzekerheid, en gaan op zoek naar nieuwe zekerheden. Die zekerheden vind je door dichter bij huis te blijven. Onze wereld wordt daardoor kleiner, misschien ook wel wat duurder, maar ook voorspelbaarder. 

In de versketen is ook het een en ander aan het veranderen. Na heel veel duw- en trekwerk in de afgelopen twintig jaar lijkt er nu eindelijk wat vertrouwen te zijn dat bepaalde versladingen op trein of binnenvaart zou kunnen worden vervoerd. Collega’s van Erasmus UPT deden hier de afgelopen maanden onderzoek naar. En een paar maanden geleden werd bekend dat Maersk op het terrein van de APMT-terminal een reefercentrum gaat bouwen, met directe toegang tot de kade. Schepen kunnen daar koelcontainers lossen direct bij het koelhuis. Daarna kan de lading dan snel gecrossdocked worden voor distributie door heel Europa. 

Dit klinkt als een logische ontwikkeling. Maar is dat wel zo? Het is de vraag of ‘Rotterdam’ zit te wachten op een stroom vrachtwagens die koellading vanaf de Maasvlakte Europa in rijdt. Je zou toch op z’n minst een multimodale achterlandvisie verwachten waarin spoor en binnenvaart een belangrijkere rol spelen. Anders draagt dit plan vooral bij aan de congestie in de haven op de weg. Bovendien zijn er ook plannen om een vershub in te richten dichter bij de versactiviteiten in Barendrecht. Daar wordt ook nog steeds met energie aan gewerkt. 

‘Het is trouwens de vraag of retailstromen überhaupt nog naar Rotterdam komen. Het 2.500 TEU-bootje waar Lidl mee wil gaan varen, kan ook prima naar Moerdijk’

ALBERT VEENSTRA, HOOGLERAAR HANDEL EN LOGISTIEK AAN DE ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

De ontwikkeling van logistiek vastgoed voor verslading in containers kan een reactie zijn op de congestieproblematiek in de zeevaart. Als Maersk investeert in dit koelhuis betekent dat kennelijk dat het verwacht dat die congestieproblematiek nog jaren blijft, en dat het afsplitsen van relatief hoogwaardige stromen van de rest van de containerstroom een oplossingsstrategie is. Maersk is op meerdere plaatsen in de wereld met dit soort initiatieven bezig. Kunnen we vergelijkbare initiatieven verwachten voor bijvoorbeeld retail, zoals plannen van Ikea en Lidl laten zien? Het is trouwens de vraag of deze stromen überhaupt nog naar Rotterdam komen. Het 2.500 TEU-bootje waar Lidl mee wil gaan varen, kan ook prima naar Moerdijk. Ziet het Havenbedrijf Rotterdam het aantrekken van het Maersk-koelhuis dan misschien als een kans om in deze stromen een rol te blijven spelen?

Al met al is de ontwikkeling van dit koelhuis op de Maasvlakte moeilijk te duiden. Ik vraag me af of, in een ‘normale’ wereld, deze investering zo gedaan zou zijn. Maar we hebben geen normale wereld meer. En dat maakt het nemen, maar ook het beoordelen van dit soort beslissingen niet eenvoudig. 

Albert Veenstra is hoogleraar Handel en Logistiek aan de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit Rotterdam.